Het Kaddisj

Tijdens de herdenking wordt het Kaddisj (gebed voor de zielenrust van de overledenen) uitgesproken door Marco de Groot. Het Kaddisj is een van de oudste en belangrijkste gebeden in de joodse liturgie. Het is in het Aramees geschreven, op dat moment de door de Babylonische Joden gesproken taal. Alleen de laatste zin is in het Hebreeuws. In het Nederlands zijn er vele vertalingen van het Kaddisj. Marco de Groot vertelt er het volgende over:

In de Joodse lithurgie is het Kaddisj een van de oudste slotgebeden. Hoeveel eeuwen het telt is niet met zekerheid te zeggen, maar het feit dat het wordt uitgesproken in het Aramees en niet het Hebreeuws, geeft blijk van een ‘eerbiedwaardigheid’ van ouderdom.

In het LJG-sidoer (gebedenboek) wordt gesteld, dat het Kaddisj een wonderlijke kracht heeft. Als er één band sterk genoeg is om de hemel en aarde met elkaar te verbinden, dan is dat het Kaddisj. Het houdt de levenden bij elkaar en slaat een brug naar de verborgenheid van de dood. Verder neemt het een grote plaats in bij de dagelijkse gebeden en bij de eredienst.

Soms wordt er beweerd, dat het Kaddisj de beschermer en bewaarder is van het volk, het is de garantie voor de toekomst. Zou een volk kunnen verdwijnen of worden vernietigd zolang kinderen hun ouders en mensen hun oorsprong blijven gedenken?

Het Kaddisj erkent de dood niet, maar laat de bloem die van de mensheid viel weer tot bloei en ontwikkeling komen in het menselijk hart. Dit is het wezen van zijn heiligende en genezende kracht.

Vaak gaat het Kaddisj vooraf door een inleiding die in het Nederlands kan worden uitgesproken. Ik vind hiertoe de tekst van Channa Senesh in onze situatie zeer toepasselijk:  “Er zijn sterren wier licht de aarde slechts bereikt lang nadat zij zelf zijn uiteengevallen. Er zijn mensen wier nagedachtenis licht geeft in deze wereld lang nadat zij zijn heengegaan. Dit licht schijnt in de donkerste nacht op de weg die wij moeten gaan.”

 

Marco de Groot

De vader van Marco de Groot (1939) was werknemer bij Hollandia Kattenburg, maar had zich in 1941 laten ontslaan met als doel onvindbaar te zijn voor de Duitsers.  Vervolgens is hij met zijn gezin ondergedoken in Vught. Daar zijn de ouders van Marco op gegeven moment toch opgepakt en uiteindelijk omgekomen in de gaskamers van Sobibor. Dit Poolse vernietigingskamp kwam in 2011 in het nieuws door de rechtszaak tegen John Demjanjuk in München. In dat waarschijnlijk laatste naziproces was Marco de Groot medeaanklager.

Na een zwerftocht langs vier onderduikadressen kwam oorlogswees Marco de Groot een half jaar voor de bevrijding terecht in een Amsterdams pleeggezin. Na de oorlog ging tien procent van de Joodse oorlogswezen naar Israël om mee te helpen aan de opbouw van het land. Marco de Groot bleef hier als voogdijkind.

Maar de moord op zijn ouders, het gesol met hem als onderduikkind en de worsteling met zijn identiteit eisten hun tol. Dertig jaar liep Marco de Groot die het verleden steeds verdrongen had, de deur plat bij psychische hulpverleners. Uiteindelijk trok hij de stoute schoenen aan. Hij ging in gesprek met lotgenoten en bezocht de sinistere plek waar zijn vader en moeder hun laatste gruwelijke momenten beleefden: Sobibor.

Dat bleek een heilzame therapie. Ook door zijn rol in het proces tegen Demjanjuk, kampbewaarder in Sobibor in de periode dat de ouders van Marco de Groot zijn vergast, viel een last van zijn schouders.

In 2011 publiceerde hij in eigen beheer het boek ‘Oorlogswees’ dat uit twee verslagen bestaat: Marco de Groot’s levensschets, en zijn ervaringen als medeaanklager in het proces Demjanjuk in München dat anderhalf jaar in beslag nam.

Het boek ‘Oorlogswees’ is verkrijgbaar bij Kamp Westerbork, Kamp Vught, het Holocaust Museum in Amsterdam of rechtstreeks te bestellen bij Marco de Groot:  marcohagadol@ziggo.nl . Prijs: € 14,50 incl. verzendkosten.