Toespraak Margalith Kleijwegt, 11 november 2016

De meesten van jullie kennen het verhaal van wat zich hier vierenzeventig jaar geleden afspeelde. Ik moet zeggen dat de geschiedenis van Hollandia Kattenburg voor mij nieuw was en ik was er zoals jullie begrijpen behoorlijk van onder de indruk.
Dat een goedlopend bedrijf dat zoiets nuttigs als regenkleding maakte, in één dag kapot werd gemaakt, alleen omdat er joden werkten, blijft onvoorstelbaar.
Hier, op de plek waar wij nu staan en bijna op dezelfde tijd, namelijk om half 5 ’s middags stopten in 1942 een groot aantal wagens van de Grüne Polizei en de Sicherheitsdienst om de joodse medewerkers van de kledingfabriek aan te houden en af te voeren.
Joodse en niet joodse medewerkers werden van elkaar gescheiden. Maar toen de joodse medewerkers met geweld de auto’s in werden geduwd, sloegen hun niet joodse collega’s erop los. Niet dat het hielp.
De niet joodse werknemers haastten zich naar de huizen van hun collega’s om de familieleden zo snel mogelijk te waarschuwen. Maar tot hun ontzetting bleek dat die ook al waren weggehaald. De deportatie bleek heel nauwkeurig te zijn voorbereid.
Maar 8 werknemers hebben de oorlog overleefd, de meesten werden in concentratiekamp Auschwitz vermoord.
Dat na de oorlog de fabriek toch weer door kon gaan, vind ik een wonder. Er lag begrijp ik een boek met foto’s (het boek der tranen) met alle weggevoerde werknemers. Wat ik mooi vond om te lezen in het boekje over Hollandia Kattenburg was dat ieder jaar op 11 november om 4 uur de machines werden stopgezet om te herdenken. Die vreselijke geschiedenis levend houden was het enige dat het nieuwe bedrijf kon doen.
Vanf nu zal ik altijd met andere ogen naar het IJplein kijken. Want ik ben in mijn leven ik weet niet hoeveel keer langs dit monument gekomen en heb mij nooit gerealiseerd hoe pijnlijk de geschiedenis ervan was.

De Tweede Wereldoorlog herdenken heb ik mijn hele leven gedaan. Als dochter van een joodse moeder wist ik niet beter. Als kind zag ik altijd erg op tegen de eerste dagen van mei. Mijn moeder was dan zo verdrietig. Ontroostbaar eigenlijk. En ik liet de gruwelijkheid van alles dat er was gebeurd liever niet tot me doodringen. Maar dat we nauwelijks familie meer hadden, was een feit waar ik niet omheen kon.
Als klein meisje luisterde ik wel naar de spannende verhalen. Ik weet nog hoe mijn moeder vertelde dat ze zich met haar zus en anderen op een zolder had verstopt, ondergedoken zat, en dat op het moment dat ze op een middag de trap af liep om naar buiten te gaan, de Duitsers de trap oprenden. Ze zei ze vriendelijk gedag en rende naar buiten, vluchtte naar kennissen even verderop. Zij was ontsnapt, maar haar zus kon niet meer weg, die zat in de val. Ze kon op dat moment alleen nog maar huilen. Maar een wonder geschiedde want nog geen half uur later stond haar zus voor de deur, ze had de Duitsers gevraagd of ze naar de wc mocht, toen de Duitser ja zei was ze het balkon op gevlucht er eraf gesprongen. Ze brak niets en rende naar het adres waar mijn moeder zat. De zusjes overleefden na veel onderduikadressen allebei de oorlog.

De Tweede Wereldoorlog ligt alweer lang achter ons. Degenen die ons vanuit eerste hand over kunnen vertellen zijn er steeds minder. Toch willen we die geschiedenis nooit vergeten. Ik tenminste niet. Om de slachtoffers te herdenken en omdat we van de fouten van toen veel kunnen leren. Hoe konden mensen zo makkelijk en systematisch worden uitgesloten? Waarom keek bijna iedereen de andere kant uit?
Antisemitisme, jodenhaat, intolerantie, haat tegen alles wat anders is, hield niet op na de oorlog en dat zal waarschijnlijk nooit gebeuren. Niet dat ik me daarbij neerleg, maar ik constateer het alleen. Er zullen altijd mensen zijn die denken dat joden de wereld beheersen, de banken, de media, noem maar op. Daarom is goed onderwijs zo belangrijk, leerlingen uitdagen feiten te controleren, op onderzoek uit te gaan.
Gisteren was ik aanwezig bij de premiere van een film die in vmbo klassen zal worden vertoond. De titel was ‘medemenselijkheid’. Twee scholieren, Maria en Wahid, kinderen van ouders die uit Afghanistan hierheen zijn gevlucht, werd gevraagd zich te verdiepen in de jodenvervolging. Ze spraken met een 94 jarige verzetsstrijdster over het redden van joodse kinderen in de oorlog. Ze vond het vanzelfsprekend om te doen, vertelde ze. En ze spraken met Mohamed, een Nederlander met een Marokkaanse achtergrond die Syrische vluchtelingen hielp.
Ze hadden plezier in de opdracht en leerden veel. Bijvoorbeeld dat er relatief weinig mensen in het verzat zaten tijdens 40-45, niet meer dan 5% en ze beseften hoeveel lef de vrouw had in die tijd dat ze kleine kinderen het leven redde.
Belangstelling voor de ander tonen, een zeker inlevingsvermogen hebben, zelfstandig leren nadenken, het is zo belangrijk in deze tijd van polarisatie.
Toen ik voor minister Bussemaker van Onderwijs vorig jaar door het land reisde om te zien en te horen hoe ingewikkelde maatschappelijke thema’s de klas binnen komen, vertelden leraren dat ze een verharding zagen. Het is allemaal te lezen in het rapport dat ik erover schreef: twee werelden, twee werkelijkheden. Scholen merkten dat er steeds meer studenten met grote stelligheid één kant van een verhaal kozen.
De dood van het jongetje Aylan bijvoorbeeld, de in Turkije aangespoelde Syrische peuter in een blauw broekje met een rood shirtje, bekend van de iconische foto, werd door Nederlandse leerlingen in twijfel getrokken. De media hadden Aylan daar neergelegd om medelijden op te wekken voor vluchtelingen, wisten ze zeker. In werkelijkheid, zeiden ze, was het jongetje helemaal niet dood maar springlevend.
Deze complottheorie die op meerdere opleidingen in het land de ronde deed, was het spiegelbeeld van de veelgehoorde bewering dat de aanslag op medewerkers van het tijdschrift Charlie Hebdo een verzinsel van de Amerikanen was en van de zionisten om moslims in een kwaad daglicht te stellen. Moslims deden zoiets niet. Punt uit.
Op onderzoek uitgaan, vragen durven stellen, de wereld leren bekijken vanuit een ander perspectief dan het jouwe, daarmee kom je een heel eind.
Het is mooi dat jullie hier ieder jaar nog samenkomen. Dat jullie een moment nemen om stil te staan bij wat er in 1942 gebeurde. dat zet ons allemaal weer aan het denken. Ik vind het bijzonder en bemoedigend dat de rol van de leerlingen van de IJpleinschool zo groot is bij deze herdenking.
Dat stemt optimistisch.